Animalsunited header

Salamander


Naam: Salamander  salamander
Lengte: Langer dan één meter (per soort verschillend)
Voedsel: Alleseters
Leefomgeving: Overal ter wereld, met uitzondering
van de polen
Onderklassen:
  1. Molsalamanders
  2. Aalsalamanders
  3. Longloze salamanders
  4. Grotsalamanders
  5. Rhyacotritonidae (hier is nog geen Nederlandse naam voor)
  6. Echte salamanders
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Chordadieren (Chordata)
  • Klasse: Amfibieën (Amphibia)

Salamander

Salamanders (Caudata) behoren tot de orde Amfibieën. De familie bestaat uit ongeveer 610 verschillende leden.

salamander4Kenmerken

Salamanders zijn nachtdieren, sommige soorten die op land leven hebben water nodig om zich voort te kunnen planten, deze soorten zijn wel eens actief op de dag. Er zijn soorten die zich alleen tijdens regenbuien laten zien. Alle soorten houden een winterslaap tijdens een (te) koude periode. Ze kruipen dan in de modder of nabij boomwortels en verlagen de hartslag extreem. Op die manier is het niet noodzakelijk om naar voedsel te zoeken en zo wordt er geen energie onnodig verbrand. Salamanders kennen ook een zomerslaap, of aestivatie. Omdat de periode te warm wordt, en de salamander de kans loopt op verdroging, graven ze zich in, in de grond. Ze blijven in de grond totdat er een nieuwe regenperiode begint.
Salamanders hebben een langwerpig lichaam met meestal 4 vrij kleine pootjes. Sommige Salamanders hebben twee of geen potjes. De voorpoten zijn (vrijwel altijd) voorzien van 4 tenen, de achterpoten hebben er 5! De kleuren verschillende per soort, van donkere, groene of bruinen camouflage kleuren tot felle, bijv. gele, opvallende kleuren. De buikzijde is licht van kleur meestal wit of crème. Salamanders zijn koudbloedige dieren, daardoor hebben ze niet veel zuurstof nodig. Ze ademen door de huid en halen uit de zuurstof, het vocht die ze nodig hebben. Daardoor is de huid bij de meeste soorten glad en dun, enkele soorten zijn juist weer volledig voorzien van bobbels en uitsteeksels. De larven ademen door middel van kieuwen, de kieuwen zijn uitwendig (dit vooral omdat inwendige kieuwen problemen opleveren met eten). Salamanders kruipen door de voorpoot naar voren te bewegen tegelijkertijd met de tegenovergestelde achterpoot. De meeste soorten kruipen niet snel. Soorten zonder poten bewegen zich voort zoals een slang dat ook doet. Alle salamandersoorten kunnen zwemmen, ze zwemmen met de staart. Dankzij de vliezen tussen de tenen blijven ze goed in balans tijdens het zwemmen. Enkele soorten kunnen erg goed klimmen, de soorten die nooit uit een grot komen, zijn afhankelijk van de rotswanden van de grot voor het voedsel. Dankzij de vliezen tussen de tenen hebben de grot salamanders extreem veel grip en kunnen ze zelfs recht omhoog lopen. Tevens hebben deze soorten een plakkerig lichaam voor nog meer grip en ook de staart is plakkerig. De staart wordt gebruikt om zich mee vast te grijpen. De Chinese reuzensalamander kan makkelijk langer dan één meter worden! Maar de meeste soorten worden niet groter dan maximaal 20 cm.

Leefomgevingsalamander

De meeste salamanders leven in Noord- en Zuid-Amerika, Europa en Azië. In het noorden van Afrika komen ook twee soorten voor. Ze leven in verschillende omgevingen, van bosrijke gebieden tot woestijnen. Eigenlijk alleen de extreme kou en hitte vermijden de salamanders.

Eetgewoonte

Alle salamanders zijn carnivoren, roofdieren. Eigenlijk eten ze alles wat ze tegenkomen en in de bek past. Ze gaan ‘s nachts op zoek naar voedsel. De volwassen salamanders eten over het algemeen wormen, insecten, insectenlarven en slakken. Sommige soorten hebben ook salamanders op het menu staan. De larven leven van kleinere dieren, zoals watervlooien of fruitvliegjes.
Prooien worden met de tong gevangen. De tong schiet naar de prooi, plakt aan de prooi en sleept de prooi mee de bek in. Het lijkt heel erg op een kameleon tijdens het jagen, maar toch is de tong van de salamander een heel stuk korter. De prooi wordt naar de bek gebracht, eenmaal in de bek is er geen ontkomen meer aan. De prooi wordt met de tanden achterin de bek, vastgehouden, zodat ze niet kunnen ontsnappen. De prooi wordt in één keer doorgeslikt zoals een slang dat doet.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERAVerdediging

Salamanders zijn geliefde prooien. Vele vogels, vissen, grotere salamanders en andere middelgrote zoogdieren jagen op de salamanders. Om zich te beschermen gebruiken salamanders verschillende methoden.

  • Meerdere soorten hebben camouflage kleuren, zodat ze niet snel opvallen.
  • Alle soorten hebben gifklieren, vlak achter de ogen. Deze klieren zijn bij veel soorten niet bijzonder ontwikkeld, roofdieren houden er hoogstens een geïrriteerde tong of keel aan over, maar dat hersteld snel.
  • Enkele soorten zijn bijzonder giftig, zo is de Ruwe salamander voor zowel mens als dier (met uitzondering van de Gewone kousenbandslang) dodelijk als de salamander gegeten wordt. De gifklieren worden paratoïden genoemd.
  • Salamanders zijn ook meesters in het afleiden van het gevaar. In geval van nood, kunnen sommige soorten de staart “loslaten”. Als er geen andere optie meer is voor het dier, laat de staart los van het lichaam en blijft nog een aantal minuten wild kronkelen. Het roofdier moet kiezen, gelukkig voor de salamander werkt de truc goed en na enkele dagen tot weken is ook de staart weer volledig aangegroeid. Ook deze tactiek wordt door sommige andere dieren (hagedissen) gebruikt en staat bekend als autotomie.
  • Als laatste wordt ook het unkenreflex gebruikt om vijanden af te schrikken. Enkele salamanders zijn voorzien van felle opvallende kleuren (of vlekken) op de buik. In gevaar tillen de salamanders hun staart op, of de voorpoten worden naar de kop bewogen. De vijand wordt gewaarschuwd door de felle kleur, wat voor veel dieren “gevaar” betekend.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Voortplanting

Als het tijd is om voort te planten, gaan de salamanders op zoek naar elkaar. Ze vinden elkaar aan de hand van de geur en zicht. De mannetjes snuffelen aan het vrouwtje, daarna voeren ze een “dans” uit. De dans is per soort verschillend en ook per leefomgeving verschillend, zo maken watersoorten rondjes om het vrouwtje heen en blijven de landsalamanders meer voor het vrouwtje. Zodra het vrouwtje instemt met het paren, loopt het mannetje in haar richting en laat in haar buurt een zaadpakketje los. Vervolgens loopt het vrouwtje over het zaadpakketje heen en neemt het op. Bij enkele soorten (vooral soorten die in stromend water leven) houd het mannetje, het vrouwtje vast, dat doet hij met z’n bek en wikkelt zich om het vrouwtje heen, zo blijft ze op haar plek. Een echte paring gebeurt bij slechts enkele soorten. Na de bevruchting zijn er meer verschillen tussen soorten salamanders:

  • Er zijn soorten die de eitjes in het water afzetten. De eitjes worden aan planten of stenen geplakt, soms hangen de eitjes in kleine groepjes bij elkaar. De eitjes komen uit als larven
  • Andere soorten leggen de eitjes op het land, tussen afgevallen bladeren of onder stenen. Deze soorten kennen geen larven fase, maar begint het embryonale stadium direct.
  • Enkele soorten zijn eierlevendbarend. De eieren komen uit in het lichaam van de moeder. De larven die uitkomen worden door de moeder gedragen en de jonge salamanders komen volledig ontwikkeld ter wereld
  • De larven zijn langwerpig en lijken al veel op de volwassen diertjes. Ze hebben een lange staart, maar de pootjes zijn nog wel een stuk kleiner en vooral de achterpootjes zijn minder ontwikkeld. Ook de kleur van de larven is nog niet zo donker als de volwassen dieren. Ze leven als larven van de kleinere waterdiertjes als watervlooien. Ze wachten in een hinderlaag totdat er voedsel voorbij zwemt en vallen daarna razendsnel aan. De larven hebben ten opzichte van de volwassen dieren, nog grote uitwendige kieuwen.
  • De eieren zijn rond van vorm. In de loop van de ontwikkeling veranderen ze naar een halve maan vorm, waarbij de lang zijde de rug zijde van de salamander is. Zodra de kop en staart zijn ontwikkeld, verlaten de embryo’s het ei en gaan zelf op zoek naar voedsel e.d.

Ook in de nazorg zijn salamanders verschillend, de meeste soorten kijken niet meer om nadat de eitjes zijn gelegd. Sommige soorten blijven een korte tijd bij de eitjes en / of jongen. Zodra de jongen voor zichzelf kunnen zorgen, verlaten vader en moeder de jongen.

 

Vuursalamander aan de wandel.

 

Met dank aan: Patrick Wermelinger voor deze video.

 
 
Nog meer weten over salamanders?
National Geographic

Laat een bericht achter