Animalsunited header

Libelle


Naam: Libellen libelle
Voedsel: Insecten
Leefomgeving: In de buurt van water, vrijwel wereldwijd
Soorten: Er zijn 5800 soorten
Status: Stabiel
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Geleedpotigen (Arthropoda)
  • Klasse: Insecten (Insecta)
  • Onderklasse: Gevleugelde insecten (Pterygota)

Libellen

Libellen, of odonata zoals ze wetenschappelijk bekend staan, zijn een insecten familie met ongeveer 5800 verschillende soorten.

libelleKenmerken

Libellen zijn opvallende dieren en zijn meestal makkelijk te herkennen. Het zijn echte prooienvangers, het lichaam is “Build for the Kill”.

Het borststuk ligt schuin naar achteren waardoor de poten meer voor het lichaam, dan onder het lichaam hangen. Dit zorgt ervoor dat zelfs in de lucht libelle met gemak de prooi kunnen vangen. Aan de pootjes hebben ze een soort weerhaakjes, daardoor kunnen prooien zelden ontsnappen als ze zijn vastgegrepen. Ze hebben een opvallende kop, vooral de ogen zijn heel duidelijk zichtbaar. De ogen worden facet ogen genoemd. De ogen zijn goed ontwikkeld, alle facetten (en dat kunnen er tienduizenden zijn) zien een klein stukje. Alle kleine stukjes bij elkaar zorgen voor een goed beeld van de omgeving. Het bovenste gedeelte van de ogen is ingesteld op ver weg kijken, het onderste gedeelte is ingesteld op dicht bij. Zo kunnen de libellen ontzettend goed obstakels als bomen, takken en bladeren omzeilen. Ook worden prooien moeiteloos door de verschillende facetten opgevangen. De kop zit met beweegbare delen aan het borststuk vast en daardoor kunnen de libelle de kop alle kanten op bewegen om nog sneller prooien of gevaar te signaleren. Naast de ogen zijn ook de vleugels een opvallend kenmerk. Ze zijn anders ingedeeld dan bij de meeste vliegende dieren. Elke vleugel zit apart vast aan het lichaam, dit geeft als extra voordeel dat alle vleugels apart aangestuurd kunnen worden. Verticaal opstijgen, achteruit vliegen, maar ook in de lucht stil blijven hangen zijn unieke eigenschappen van de libelle. Een libelle is ook één van de snelst vliegende insecten die er zijn, ze kunnen tot 50 km per uur halen. Het is best opvallend dat ze zo snel zijn, want ten opzichte van vrijwel elke andere insect bewegen ze de vleugels niet heel snel. De libelle heeft een lang, zeer slank achterlijf. Het achterlijf zorgt voor balans en richting tijdens het vliegen en verder wordt het uiteinde gebruikt tijden de paring. De meeste libellen zijn opvallend gekleurd. De kleuren worden onder andere gebruikt voor; herkennen van partners en het opvangen van warmte, waardoor de libelle van een felle lichte kleur, naar een bruine kleur verandert.

Leefomgevinglibelle4

Libellen komen eigenlijk overal ter wereld voor, met uitzondering van de poolstreken. Ze leven in de buurt van water, sloten, meren en rivieren zijn erg geliefd, zeeën en oceanen worden vermeden omdat stroming en wind nadelig kunnen zijn. De meeste soorten leven in de omgeving van stilstaand water. De libellen zijn afhankelijk van het water om te kunnen voortplanten. Libellen kunnen de kwaliteit van het water goed beoordelen en verlaten wateren die vervuild zijn. Tijdens de jacht gaan de libellen vaak naar warmere en hoger gelegen gebieden. De mannetjes zijn erg opdringerig als het om paren gaat, vandaar dat sommige vrouwtjes soms bewust uit de buurt van water blijven.

Eetgewoonte

De libelle is een echte jager en vangt zonder moeite verschillende soorten vliegen, muggen, vlinders, maar ook andere (kleinere) libellen staan op het menu. Dankzij de krachtige kaken kunnen ook gepantserde insecten gegeten worden. De larven zijn ook niet moeilijk als het op eten aankomt, eigenlijk alles wat een geschikte grootte heeft wordt gegeten. Denk aan wormen, de larven van andere insecten, kleine visjes etc.

libelle3Voortplanting

Bij de paring vliegen het mannetje en het vrouwtje samen in een tandem vlucht. Het mannetje heeft het vrouwtje vastgegrepen aan haar nek, hij doet dit met het uiteinde van zijn achterlichaam. De onderlichamen worden daarna tegen elkaar gedrukt en daardoor brengt het mannetje zijn sperma over op het vrouwtje. Zodra het vrouwtje eitjes gaat leggen, passeren de eitje het sperma en worden ze bevrucht. Nog steeds vastgehouden door het mannetje legt het vrouwtje de eitjes in de modder, strooien de eitjes uit over het water of leggen de eitjes in waterplanten. Na twee tot vier weken komen de eitjes uit (de eitjes blijven vaak de gehele winter gesloten). Er is dan nog geen libelle te zien, maar eerst nog een larve. De larven zijn kleiner dan libellen en ook de vleugels ontbreken nog. De larven zijn al wel net zo gevaarlijk als de libellen, kleinere visjes in het water moeten altijd op hun hoede zijn. De larven moeten zelf ook goed oppassen voor kikkers, grotere vissen, maar ook voor soortgenoten. Ze zijn nog erg gevoelig voor de kou, daarom vervellen larven in het begin vaak. Ze blijven nog een paar maanden (sommige soorten zelfs tot vijf jaar) onder water. Nadat ze, tot 16 keer zijn vervelt, is het tijd voor de laatste transformatie. De larve verlaat het water om op te drogen. Tijdens het drogen zijn de larven erg kwetsbaar, het kan uren duren voordat de vleugels en het lichaam droog genoeg is. Deze laatste vervelling wordt imago” genoemd. Zodra ze van larve, naar libelle verandert zijn, zijn ze bijna niet te stoppen.

Waarom is een libelle zo’n goede jager?
 

 
Met dank aan GeoBeats News

Meer weten over de bijzondere jagers?
Wikipedia

Laat een bericht achter