Animalsunited header

Oorworm


Naam: Oorworm oorworm
Lengte: Tot een ruime 8 cm
Voedsel: Alleseters
Leefomgeving: Ze komen wereldwijd voor, met uitzondering van de polen en woestijnen
Soorten: Er zijn ongeveer 1800 verschillende soorten bekend
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Geleedpotigen (Arthropoda)
  • Superklasse: Zespotigen (Hexapoda)
  • Klasse: Insect (Insecta)
  • Orde: Oorworm (Dermaptera)

Oorworm

Oorwormen, Dermaptera vormen een eigen orde van gevleugelde insecten. In vergelijking met andere insectensoorten is de familie oorwormen klein. Er zijn ongeveer 1800 soorten beschreven, waarschijnlijk zijn er veel meer verschillende soorten, maar die zijn nog niet ontdekt. In vergelijking tot andere insecten, kunnen oorwormen erg oud worden. De leeftijd is soort afhankelijk en kan oplopen tot 10 maanden na de laatste vervelling.

oorworm2Kenmerken

Oorwormen zijn echte kruipende insecten. Ze hebben de kenmerkende bouw met een kop gedeelte, daarachter het borststuk en dan het achterlijf. Achter de kop vinden we het halsschild, dit schild is dik en beschermd het voorste gedeelte van het borststuk. In het achterste gedeelte van het borststuk vinden we de voor- en achtervleugels. Het achterlijf wordt beschermd door dikke platen. Het lichaam is langwerpig en afgeplat. Aan de achterzijde van het achterlijf vinden we (bij vrijwel alle soorten) de kenmerkende scharen. Oorwormen zijn makkelijk te herkennen, omdat geen ander dier deze opvallende scharen bezit. De scharen zorgen ervoor dat de oorworm een “eng” dier lijkt. Met de scharen kan een oorworm niet steken, maar wel knijpen. Zo’n kneep van de scharen is wel te voelen, maar zal niet erg pijnlijk zijn. Bij de jonge exemplaren zijn de scharen nog niet echt ontwikkeld en lijken de scharen meer op draadachtige aanhangsels. Bij volwassen dieren zijn de scharen groter, harder en stijf.
Vrijwel alle soorten hebben hetzelfde uiterlijk. Ze hebben vier vleugels, maar ze zullen zelden van de grond afkomen, want vliegen kunnen ze niet al te best, andere soorten, ongeveer 40% kunnen in het geheel niet vliegen, doordat de vleugels zijn verkleind. Er wordt alleen gevlogen in de nacht zo lopen ze het minste risico om gegrepen te worden. De verschillen tussen de soorten zijn kleuren en afmetingen.
Net als veel andere insecten hebben oorwormen klieren aan de zijkanten van het achterlijf. Ze kunnen daaruit een stinkende vloeistof afgeven. De geelbruine vloeistof kan door sommige soorten worden afgeschoten richting een vijand. De stof is niet giftig en kan hoogstens een nare smaak opleveren.
De grootste soort is de Labidura herculeana. Oorwormen in deze familie kunnen ruim 8 cm lang worden.
De meeste oorwormen zijn roodbruin, bruin, grijs of zwart van kleur. Enkele soorten hebben meer bonte kleuren en kunnen rood of blauw-achtig worden.
Voorop de kop vinden we twee paar tasters, de liptasters (bovenzijde van de kop) en de kaaktasters (onderzijde van de kop). Daarnaast zijn er ook twee lange antennes te zien. De antennes hebben duidelijke segmenten (delen) en dat kan oplopen tot 52 verschillende delen (verschillend per soort). De antennes worden gebruikt om voedsel, soortgenoten en vijanden op te sporen. De ogen zijn bij sommige soorten erg slecht ontwikkeld en zijn vaak duidelijk zichtbaar doordat de kleur afwijkt van het lichaam. De kop wordt beschermd door een verdikte plaat, het kopschild.
Het borststuk draagt drie paar poten aan de onderzijde van het lichaam. Het borststuk is verdeeld in drie delen die elk een paar poten dragen. Het voorste deel van het borststuk wordt prothorax genoemd, in het midden hebben ze het mesothorax en het derde deel wordt metathorax genoemd.
oorwormDe poten zijn tussen de soorten verschillend in grootte en in vorm. De meeste soorten hebben stevige, korte poten, maar bewoners van grotten hebben juist hele lange en dunne poten.
Bij veel insecten wordt het achterlijf goed beschermd, bij oorwormen niet. Oorwormen hebben geen belangrijke vleugels hebben en ook geen organen in het achterlijf, daardoor is er geen schild of speciale bescherming noodzakelijk. Aan het achterlijf is het geslacht te bepalen. Mannetjes hebben 10 losse segmenten in het achterlijf, de vrouwtjes hebben 8 segmenten. Het meest opvallende van het achterlichaam zijn uiteraard de scharen, of cerci, zoals dat wetenschappelijk heet. Oorwormen hebben speciale cerci, zo speciaal dat er een nieuwe naam is bedacht, forceps, wat letterlijk vertaald, schaar betekent. Bij de soorten uit de orde Arixenina en Hemimerina zijn de scharen anders ontwikkeld. De scharen zijn behaard en worden gebruikt als tastzintuig, daarnaast hebben de scharen van deze ordes losse delen (segmenten), bij andere soorten bestaat de schaar uit één geheel.
De scharen hebben verschillende functies,

  • Prooien mee vasthouden en naar de bek begeleiden.
  • Bij een aantal soorten worden ze gebruikt om de waaiervormig opgevouwen achtervleugels voorzichtig onder de voorvleugels uit te trekken.
  • Mannetjes gebruiken de scharen tijdens knokpartijen. Vooral tijdens de paarperiode krijgen de heren het nog wel eens met elkaar aan de stok.
  • Mannetjes houden tijdens de paring het vrouwtje vast met de scharen.

Al deze functies zijn bij onderzoekers opgevallen, maar het oorspronkelijke doel of nut van deze speciale cerci is niet geheel duidelijk.

oorworm4Eetgewoonte

Oorwormen zijn echte afvaleters en zijn daardoor erg nuttige dieren. Vruchten, bladeren van bomen en planten, bloemen, eigenlijk al het organisch materiaal wordt door oorwormen opgegeten. De kaken zijn niet bijzonder ontwikkeld en alleen geschikt om zacht voedsel te verwerken. Daardoor kunnen ze zelf niet door bijvoorbeeld de schil van een appel heen bijten, maar moeten het hebben van deuken en scheuren in het fruit. Van binnenuit eten ze alles op.  Oorwormen zijn ook fan van kleine zachte dieren zoals de larven van andere insecten of bladluizen. Vooral een luizenplaag zorgt voor veel extra voedsel voor een oorworm. Zo kunnen ze ook mensen helpen om van zo’n luizenplaag af te komen. Er zijn meerdere testen uitgevoerd hoe efficiënt bijvoorbeeld  20 oorwormen 800 luizen uit de weg kunnen ruimen. De testwormen hadden 8 dagen nodig om de gehele plaag uit te roeien.
Als er geen voedsel meer te vinden is in de directe omgeving, dan kunnen oorwormen kannibalistisch worden. Grotere oorwormen zullen dan kleinere soortgenoten opeten om in leven te blijven.
Andere soorten hebben een aparte tactiek om aan voedsel te komen. Sommige soorten uit de orde Arixenina, leven op de vacht van vleermuizen. Andere soorten uit dezelfde orde leven in de uitwerpselen van diezelfde vleermuizen (guano). Er zijn ook soorten die leven van dode voedselresten. Alle soorten hebben een eigen tactiek gevonden om te overleven.

Leefomgeving

Oorwormen komen vrijwel overal ter wereld voor, eigenlijk worden alleen de polen en woestijnen gemeden. De omgeving moet vochtig zijn, anders drogen de oorwormen heel snel uit. Daardoor komen de meeste soorten voor in de regenwouden in Azië en Amerika zeer geschikt. Een tweede eis die oorwormen aan hun omgeving stellen is een groot aantal schuilplaatsen. Ze leven het liefst tussen de bloemen van planten, achter boomschors of bijvoorbeeld onder stenen of bladeren. Het belangrijkste kenmerk van de omgeving is en blijft vocht.
In Nederland komen 5 verschillende soorten voor, waarvan de grootste soort, de zandoorworm zo’n 2,5 cm lang kan worden.
Oorwormen verschuilen zich overdag en komen van de schemering tot diep in de nacht tevoorschijn om voedsel te zoeken.
Sommige soorten houden een winterslaap, ze graven in de winter een holletje in de grond of ze kruipen diep in scheuren of spleten van bomen. Tijdens een strenge winter daalt ook de temperatuur van de bodem. Daardoor daalt de temperatuur van de schuilplaats en loopt de oorworm het gevaar te bevriezen.
Oorwormen leven over het algemeen in groepen. De soorten die een winterslaap kennen leven in de zomer in groepen, maar in de winter kruipen ze alleen of in een paar weg in een zelf uitgegraven holletje.

Nymf van een oorwormVoortplanting

Oorwormen staan bekend om hun goede en toegewijde broedzorg. De paring vindt in de herfst of in het voorjaar plaats. Bij de meeste soorten zet het vrouwtje haar eitjes in de eerste winter na de paring af. Per keer legt het vrouwtje enkele tientallen eitjes en vervolgens bewaakt ze haar eitjes met haar leven. Voor het aantal eitjes geldt, hoe groter het vrouwtje, hoe meer eitjes ze kan leggen.
Het vrouwtje beschermt haar eitje en jongen, als het moet met haar leven. Zowel roofdieren, als soortgenoten en zelfs de vader van de eitjes worden ruw bij de eitjes weggehouden.
De eitjes worden goed schoon gehouden door het vrouwtje. Ze likt regelmatig over ieder ei om zo uitdroging tegen te gaan. Ook schimmels hebben zo geen kan om de eitjes aan te tasten. Tijdens de broedperiode blijft ze non-stop bij haar eitjes, ze eet dus niet. Eventuele bedorven eitjes worden door het vrouwtje opgegeten, zo kan ze zichzelf in leven houden.
Enkele soorten zijn eierlevendbarend, zij brengen levende jongen ter wereld.
Jongen kennen een onvolledige gedaantewisseling. Ze lijken na de geboorte veel op hun ouders. Ze vervellen om groter te worden en na elke vervelling lijken ze weer iets meer op hun ouders. De jongen worden in de eerste periode van hun leven nimfen genoemd. Na een vierde of vijfde vervelling wordt het jong volwassen en kunnen zich binnen 14 dagen voortplanten. Jonge dieren blijven, eenmaal volwassen, nog een lange tijd bij hun moeder.

oorworm3

Vijanden

Oorwormen hebben veel vijanden. Er is geen speciale manier om zichzelf te verdedigen en ze zijn daarnaast ook niet giftig of groot om zich zo te beschermen. Daardoor zijn ze een gemakkelijke prooi voor heel veel roofdieren. De scharen aan de achterzijde van het lichaam worden in gevaarlijke omstandigheden omhoog gehouden, of boven het lichaam, maar hebben alleen een afschrikwekkende functie. Vogels, spinnen en amfibieën zijn de voornaamste vijanden, maar er zijn ook meerdere zoogdieren die het geen probleem vinden om een oorworm op te eten. De klieren aan de zijkant van het lichaam zijn in staat om een vieze vloeistof af te scheiden, maar veel vijanden zijn niet erg onder de indruk van dit spul.
Andere bijzonder gevaarlijke vijanden zijn parasieten en schimmels. Omdat oorwormen in vochtige omgevingen leven zijn ze extra kwetsbaar voor schimmels en leven er veel schimmels in de directe omgeving. Een schimmel neemt bezit van de oorworm. Vervolgens dirigeert de schimmel de oorworm naar een hoog gelegen plek om zo beter de schimmelsporen te verspreiden. Op die manier raken andere oorwormen snel geïnfecteerd en verspreid de schimmel zich razendsnel.  Een voorbeeld van zo’n schimmel is Metarhizium anisopliae. Deze schimmel wordt momenteel uitgebreid getest om te kijken of de schimmel ook zo goed werkt tegen malaria muggen.

Opmerkelijk

De naam oorworm is een beetje een vreemde naam voor dit dier, want

  1. Het zijn geen wormen
  2. Ze leven niet in de oren van andere dieren (of mensen)

Daarnaast kent eigenlijk ieder dialect een eigen naam voor de oorworm, zo staan ze ook bekend als: Eartyk, knyptange, gaffeltand, skallebieters en oorelbeeste.
Oorwormen werden vroeger gebruikt als medicijn tegen doofheid. Oorwormen werden gedroogd en vervolgens met de urine van hazen vermengt. Dit goedje moest als een soort oor druppels in het oor gegoten worden.
 

Een oorworm verdedigd zichzelf
 

 
Met dank aan: Emily Jones
 

 
Met dank aan:
fotoopa
jeans_Photos
dracophylla
fturmog
sankax
Lennart Tange
Foter
CC BY-NC
Voor de afbeeldingen.

Laat een bericht achter