Animalsunited header

Mossel


Naam: Mossel  mossel
Voedsel: Krill, voedselresten e.d.
Leefomgeving: Ze komen voor in alle wateren
Status: Stabiel
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Weekdieren (Mollusca)
  • Klasse: Tweekleppigen (Bivalvia)
  • Orde: Draadkieuwigen (Mytiloida)
  • Familie: Mosselen (Mytilidae)
  • Geslacht: Mossel (Mytilus edulis)

Mossel

Mossels, of Mytilus edulis, zijn in zee levende weekdieren. Ze horen bij de Tweekleppigen klasse.

mosselkopKenmerken

Aan de buitenkant is er niet veel te zien aan de mossel. Het volledige lichaam wordt omgeven door een schelp. De schelp is langwerpig en driehoekig van vorm. De boven- en onderkant worden afgesloten door middel van kleine tandjes aan de rand van de twee schelpdelen. Aan de buitenkant is de schelp donker, paars of blauw van kleur. Bij de jonge dieren komen lichtere, gele, bruine of groene kleuren voor.
Aan de binnenkant is de schelp vooral licht, wit of crème, van kleur. Bij de meeste mosselen is er een duidelijke mantellijn te zien. Aan de ene kant van de mantellijn is een nog donkere paarse kleur te zien, de andere kant is wit of crème van kleur, deze kant glinstert, waardoor het lijkt of de kleur parelmoer is. 
Als de schelp open gemaakt wordt, is de echte mossel te zien. Het uiterlijk heeft veel weg van een hoopje slijm. Bij de mosselen zijn geen kop of staart te onderscheiden. 
De twee delen die aan de schelp vastzitten worden de mantel genoemd. De mantel is erg belangrijk voor de groei van het dier, in de mantel bevinden zich klieren die een nieuwe stukjes aan de schelp vastmaken. De mantel loopt vrijwel om het gehele dier heen. Na de mantel komen we de kieuwen tegen en naast de kieuwen liggen de ingewandenzak en de voet. De voet is een belangrijk orgaan voor de mosselen. Dit orgaan bestaat uit een klier om draden te spinnen. De draden worden byssusdraden genoemd en bestaan uit eiwitten.
In de schelp is de byssusdraad vloeibaar, maar buiten de schelp worden de draden stugger en elastisch. Dankzij deze byssusdraden wordt de mossel op zijn/ haar plek gehouden. De draden blijven vastplakken, totdat het tijd is om te verhuizen, de draden worden dan geabsorbeerd of afgestoten en op de nieuwe woonplaats beginnen deze veiligheidsriemen zich weer vast te zetten aan de omgeving. Mosselen kunnen ademhalen en eten tegelijkertijd dat is uniek bij waterdieren.

Leefomgevingmossel3

De mossel kan op zich overal ter wereld voorkomen. Ze kunnen zich niet makkelijk of snel verplaatsen en moet oppassen voor te veel zand en slib uit het water. Daardoor komen de meeste soorten niet voor in de getijdenzone van de zee of rotsachtige kusten. Hier is het water wat onrustiger en worden zand en slib resten uit het water over de mossel heen geblazen en worden ze er onder begraven. Ze hebben een voorkeur voor rustigere wateren. Daar kunnen ze zich gemakkelijk vasthouden aan rotsen. Sommige soorten houden zich (per ongeluk) vast aan andere schelpen of soortgenoten. Vaak worden er op en rond rotsen, mosselbanken gevormd, dit zijn ophopingen van zowel levende als dode mosselen. De levende mosselen vangen slip uit het water op en zetten dit zelf af rond de mosselbank, op die manier kan de gehele mosselbank boven de bodem uitgroeien. Deze manier van samenleven wordt vooral bij eilandengroepen gebruikt. 
Alle mosselen leven in het water, maar kunnen toch buiten het water leven. Ze houden het niet lang uit buiten het water, een uur of 6 is het limiet.
Als het vloed is wordt de schelp opengezet en kunnen ze voedsel uit het water filteren. Door middel van de sluitspier openen of sluiten ze de schelp.

mossel4Eetgewoonte

De mosselen zijn niet erg moeilijke eters. Zodra het etenstijd is (meestal bij vloed), opent de mossel de schelp, verder niets. Doordat er water door de schelp heen stroomt, komt het langs de kieuwen. Deze kieuwen zijn voorzien van beweeglijke trilharen, zogenaamde cliliën, deze trilharen filteren al het voedsel uit het water, het slib of uit het zand. Nadat de mossel de voedseldeeltjes en slib heeft gefilterd, worden onverteerbaar materiaal en verteerd voedsel uitgestoten, zo houden de mosselen ruimte in de schelp. Voornamelijk plankton wordt door de trilhaartjes opgevangen en naar de mond gebracht. Er worden ook verschillende soorten algen en zelfs giftige algen worden gegeten. Door deze algen worden de mosselen zelf ook giftig. Voor de mossel zelf heeft het geen nadelige gevolgen en merkt er niet veel van. Voor roofdieren kunnen deze giftige stoffen wel degelijk gevaar en zelfs de dood betekenen.

Meer weten over deze aparte diertjes?
Wikipedia

Laat een bericht achter