Animalsunited header

Zeeslang


Naam: Zeeslang  zeeslang
Lengte: Tot 3 meter lang
Voedsel: Vissen, inktvissen, schaaldieren
Leefomgeving: Tropische wateren
Soorten: Er zijn zo’n 60 verschillende soorten zeeslangen
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Chordadieren (Chordata)
  • Klasse: Reptielen (Reptilia)
  • Orde: Schubreptielen (Squamata)
  • Onderorde: Slangen (Serpentes)
  • Familie: Koraalslangachtigen (Elapidae)
  • Onderfamilie: Zeeslangen (Hydrophiinae)

Zeeslang

Zeeslangen (Hydrophiinae) zijn een familie van slangen. De familie bestaat uit ongeveer 60 soorten. Zeeslangen vormen weinig tot geen gevaar voor ons mensen. De dieren zijn niet agressief en ook het gif van de zeeslangen is niet heel gevaarlijk voor ons. Daarnaast zijn de beten niet erg pijnlijk en valt het meestal niet eens op als je gebeten bent.

zeeslangKenmerken

Zeeslangen zijn op dezelfde manier gebouwd als landslangen, ze hebben een langwerpig lichaam zonder poten. De kop is ovaal en afgerond. Ten opzichte van landslangen hebben zeeslangen een smaller voorste gedeelte van het lichaam. Ze lopen van smal naar een stuk breder achterste gedeelte van het lichaam. Op deze manier hebben ze minder weerstand tijdens het zwemmen. Heel handig tijdens bijvoorbeeld de jacht. Het lichaam is zijwaarts afgeplat, wat vooral bij de staart goed zichtbaar is. Het afgeplatte lichaam heeft de vorm van een roeispaan en ook dit verschil met landslangen dient om de zeeslang beter, sneller en efficiënter te bewegen in het water. De zeeslangen kunnen zowel voor- als achteruit zwemmen, enkele soorten kunnen zelfs net zo snel achteruit zwemmen als vooruit.
Net als bij andere slangen bestaat de huid van zeeslangen ook uit schubben. De schubben zijn goed aangepast aan het leven in het water en is vrijwel waterdicht. Daarnaast zijn zeeslagen in staat door de huid te ademen. Ze kunnen tot zo’n 20% van de benodigde zuurstof opnemen via de huid. Deze manier van ademhalen is uniek onder de reptielen. Zeeslangen hebben een unieke klier onder de tong. Omdat zeeslangen vrijwel alleen in zout water voorkomen kunnen ze in de problemen komen. Als ze eten komt er water mee naar binnen. Het water (en het voedsel) is veel zouter dan het lichaamsvocht en door middel van osmose wil het lichaam van de slang de zoutniveau’s gelijk trekken. Om die niveau’s gelijk te trekken, moet het lichaam vocht verplaatsen, teveel vocht. Om dit te voorkomen hebben zeeslangen een zout-afscheidende klier, als de slang de bek opent om een hap te nemen, dan stoot de klier een grote hoeveelheid zout uit. Zo blijven de waardes grotendeels gelijk en loopt de slang geen gevaar.
Slangen hebben maar één functionerende long, de rechterlong. De rechterlong is bij zeeslangen ten opzichte van andere slangen aangepast aan het leven in zee. Ze kunnen meer zuurstof kwijt in de long om zo langer onder water te kunnen blijven. Ook bestaat de long uit twee delen. Één deel om het zuurstof in op te slaan, het andere (achterste) deel is vergelijkbaar aan de zwemblaas bij vissen. Ze kunnen er lucht in opslaan en als de zuurstof uit het voorste gedeelte van de long opraakt kunnen ze de lucht uit het achterste gedeelte gebruiken. Zo kunnen ze onderwater dus eigenlijk één keer ademhalen. Er zijn soorten bekend die tot zo’n 2 uur de adem in kunnen houden.
Zeeslangen kunnen erg verschillen in kleuren. De meeste soorten hebben opvallend gekleurde ringen over het gehele lichaam, andere soorten, vooral soorten die tussen waterplanten leven, hebben vaak schutkleuren zoals donkergroen of bruin. De gekleurde ringen vallen dan nauwelijks op
Zeeslangen hebben een goed beschermde ovale kop. Grote dikke schubben beschermen de kop. De neusgaten zitten bij een zeeslang vooraan en bovenop de kop. De neusgaten zijn aangepast aan het leven in het water, ze zijn voorzien van een ventiel-achtig klepje. Zo loopt de neus niet vol als de zeeslang gaat duiken.
Als wapens hebben de zeeslangen twee grote giftanden. Ten opzichte van andere giftige slangen kunnen de zeeslangen de giftanden niet inklappen.
De meeste soorten worden ongeveer 1,5 meter lang, enkele soorten kunnen langer dan drie meter worden.

Leefomgevingzeeslang

Zeeslangen komen in de grote tropische wereldzeeën voor, met uitzondering van de Atlantische Oceaan. Er komen ook geen soorten voor langs de kusten van Noord-Amerika, de Caribbean en in de buurt van de polen. De meeste soorten komen voor in de zeeën van Zuid-Oost-Azië. Ze leven in de ondiepere gebieden van de zee, boven koraalriffen en riviermonden bijvoorbeeld. Beide gebieden trekken veel prooidieren aan en er zijn daarnaast ook genoeg schuilplaatsen voor de zeeslangen zelf. Sommige soorten leven in open water, daar zullen ze zelden dieper dalen dan 150 meter.
Opvallend is het leefgebied van de samengedrukte zeeslang, deze soort heeft een leefgebied dat groter is dan van alle andere zeeslangen bij elkaar.
De zeeslangen zwemmen vaak vlak onder het wateroppervlak. Net als andere reptielen zijn zeeslangen koudbloedig en moeten ze regelmatig opwarmen. Zo dicht onder het wateroppervlak krijgen ze veel zonlicht en warmen ze sneller op dan wanneer ze diep in de zee zwemmen.
Soms wordt er een zeeslang ver buiten het normale leefgebied gevonden, zo is er een zeeslang in de buurt van het Russische Vladivostok gevonden, maar ook in andere steden tot wel 200 km landinwaarts. De reden waarom zo’n individu zover verdwaald is niet geheel duidelijk.
Van de Leisolasma semperi is het bekend dat ze alleen in zoet water leven. Ze leven op een Filipijns eiland, Luzon, daar komen de dieren voor in het Taalmeer, een kratermeer dat door vulkaanuitbarstingen niet meer aansluit aan zee.

famVoortplanting

Als de paartijd is aangebroken verzamelen vele zeeslangen zich bij elkaar. Ze zwemmen in dezelfde richting en op die manier lijkt het net of er één reusachtige zeeslang voorbij zwemt. Één keer is een extreme zwerm zeeslangen aangetroffen in de Straat van Malakka, samen vormden de zeeslang een sliert van zo’n 3 meter breed en ongeveer 100! km lang.
Er zijn enkele soorten die de eieren op het land leggen. De familie Laticauda komen aan land en zetten de eieren af in grotten of in andere rotsformaties.
Alle andere zeeslangen zijn eierlevendbarend en komen de slangen levend ter wereld. Bij zeeslangen is het opvallend dat niet alle jonge even goed ontwikkeld zijn als ze ter wereld komen. Wetenschappers verwachten dat dit komt doordat zeeslangen ten opzichte van andere slangen veel grotere longen hebben en er daardoor (te) weinig ruimte overblijft voor het ontwikkelen van de jongen. Meestal zijn er een klein aantal jongen dat goed ontwikkeld zijn, deze beter ontwikkelde jongen maken een grotere kans om alle gevaren van de zee te overleven.

Eetgewoonte

Zeeslangen zijn geen moeilijke eters. De meeste soorten leven o.a. van vissen, inktvissen, zeekatten en schaaldieren zoals kleine krabben, garnalen en kreeften.
Ze hebben een opvallende manier van aanvallen. Ze bewegen de kop namelijk niet in de richting van de prooi, maar maken meer slaande bewegingen richting de prooi om zo hopelijk met een giftand de prooi te raken. Het gif van de zeeslangen werkt zo ontzettend goed bij prooidieren, dat de prooi vrijwel onmiddellijk sterft als ze het gif binnenkrijgen.
Zeeslangen zijn slimme dieren, zo trekken soorten die in open zee leven naar drijvende planten. De drijvende planten zorgen voor een schuilplaats voor kleine visjes. De zeeslang hoeft zo niet te zoeken naar voedsel.
Soorten uit het geslacht Emydocephalus, hebben een opvallend afwijkende kop. Deze soorten leven voornamelijk van visseneieren. Omdat die eieren vaak goed verstopt zitten tussen spleten in rotsen en de bodem is de smalle kop ideaal om zo toch bij het favoriete hapje te kunnen komen.

Vijanden

Zeeslangen zijn hun leven nooit veilig. Ze moeten goed oppassen in het water voor grote(re) roofvissen. Ook vanuit de lucht wordt er op ze gejaagd door verschillende zeevogels. Als laatste en misschien wel de gevaarlijkste, wij mensen vormen een groot gevaar voor de zeeslangen familie. Zeeslangen hebben een waterdichte schubben huid, daardoor is de huid uitermate goed geschikt voor kleding of tassen van slangen leer. Daarnaast worden slangen gevangen voor het slangenvlees, er zijn meerdere zeer gewaardeerde gerechten in China, Japan en omstreken waar zeeslangenvlees voor wordt gebruikt.

Zwemmen met een zeeslang

Met dank aan: pixelkatt

Afbeelding bronnen:
Afbeelding 1
Afbeelding 2
Afbeelding 3
Afbeelding 4

Laat een bericht achter