Animalsunited header

Vogelspin


Naam: Vogelspin vogelspin
Lengte: Tot 12 cm, pootspanwijdte van 30 cm.
Gewicht: Tot 170 gram
Voedsel: Insecten, kleine zoogdieren, kleine reptielen.
Leefomgeving: Tropische en sub-tropische gebieden.
Soorten: Er zijn ongeveer 920 verschillende soorten bekend.
Status: Stabiel
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Animalia (Dieren)
  • Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
  • Klasse: Arachnida (Spinachtigen)
  • Orde: Araneae (Spinnen)
  • Familie: Theraphosidae

tarantula

Vogelspin

Vogelspinnen of tarantula, is een bekende en gevreesde familie spinnen en bestaan uit zo’n 920 verschillende soorten.

Kenmerken

Vogelspinnen zijn ten opzichte van veel andere spinnen vaak erg groot, gemiddeld zo’n 6 centimeter. Ze zijn vaak makkelijk te herkennen aan de beharing, vogelspinnen zijn over het gehele lichaam behaard. De kaken zijn erg groot en groeien in het verlengde van de spin, bij andere spinnen groeien de kaken omlaag. De giftanden in de kaak hebben de vorm van een dolk en zijn onafhankelijk van elkaar te bewegen.
De vogelspinnen hebben 4 paar, dus 8, vrij kleine ogen. De meeste soorten zijn niet snel en niet erg giftig. Gevaarlijke soorten zijn meestal ook agressief.
Vogelspinnen zijn in 3 groepen te verdelen

  • Op de bodem levende soorten: Deze soorten zijn vooral ‘s nachts actief. Het lichaam is ovaal van vorm en zijn eigenlijk altijd in of vlak voor de schuilplaats te vinden.
  • In de bomen levende soorten: deze soorten hebben vaak een kleiner lichaam, maar juist langere poten. Vooral de voorste poten zijn voorzien van kleine dunne haartjes die zich gemakkelijk aan ieder oppervlak hechten.
  • De ondergronds levende soorten: Deze soorten hebben vaak lange poten en zijn wel behaard, maar de haren zijn korter dan bij de andere soorten. Ze leven vooral in het hol en versieren het hol vaak met web.

tarantula3Vogelspinnen maken geen spinnenweb, eigenlijk alleen de ondergronds levende soorten gebruiken web, maar dan niet voor het vangen van prooien.
Vogelspinnen krijgen vaak onterecht de naam bananenspin. De vogelspin schuilt regelmatig tussen kratten groente en fruit en door handel tussen landen kan het zijn dat de spin mee gaat op wereldreis. Bij het uitladen duiken ze dan vaak op, vandaar de naam bananenspin.
Voor verdediging gebruiken de vogelspinnen hun brandharen, dit zijn losse dunne haartjes die door de poten “afgeschoten” kunnen worden.
Ze maken een strijkende beweging over het achterlichaam en worden in wolkjes tegelijk richting de vijand gebracht. Doordat de haartje veel kleine weerhaakjes hebben, kunnen de brandharen niet zomaar afgewassen worden en ze zullen ook niet snel loslaten. De brandharen zorgen voor irritatie als zwellingen en jeuk, komt het in de luchtwegen dan kan het tot hoestbuien leiden, de symptomen kunnen weken aan houden. Ze gebruiken de brandharen ook om het nest te bekleden en zo vijanden af te schrikken.

tarantula2

Leefomgeving

De meeste soorten leven in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, maar ook in Afrika en Azië komen meerdere soorten voor. In Europa komen maar twee soorten voor. Ze leven in de tropische en subtropische gebieden. Ze leven solitair, alleen en komen elkaar alleen tijdens de paartijd tegen. De vogelspinnen houden geen winterslaap, omdat ze leven in warme gebieden, toch kennen veel soorten een rustige periode tijdens de warmste of koudste maanden van het jaar.

Eetgewoonte

De vogelspinnen jagen in de schemering en in de nacht. Ze jagen op alles wat ze te pakken krijgen en wat kleiner is dan zijzelf. Insecten vormen een groot gedeelte van het menu, maar ook reptielen en muizen zijn hun leven niet zeker in de buurt van een vogelspin. Een enkele keer kan er ook een vogel gegeten worden, maar dat gebeurt maar zeer zelden.
Bij een aanval injecteren de giftanden verteringssappen bij de prooi. De verteringssappen verlammen de prooi en vervolgens verteren de sappen alles in het lichaam van de prooi en wordt vloeibaar, zo kan de spin makkelijk de prooi “opdrinken”. Vogelspinnen kunnen vaak wekenlang teren op één enkele prooi. Prooien worden meestal besprongen en dankzij het gif dat snel wordt geïnjecteerd kunnen prooien niet meer weg.

VoortplantingOLYMPUS DIGITAL CAMERA

Als de voortplantingstijd is aangebroken zullen de mannetjes beginnen met het maken van een web. Het web bestaat uit twee lagen, een boven- en een onderkant. Op de onderkant laat het mannetje sperma pakketjes vallen. Vervolgens klimt het mannetje ondersteboven via het bovenste web over de sperma pakketjes.

Dit moet het mannetje doen om te zorgen dat de zogenaamde bulbussen, het voortplantingsorgaan, voorzien worden van sperma. De bulbussen zijn nu ongeveer 6 maanden vruchtbaar. Nu kan het mannetje op zoek naar een vrouwtje. Als vogelspinnen elkaar opzoeken, maken ze tsjirp-achtig geluiden, geluiden zoals krekels ze maken, dat doen ze door harde delen van het lichaam tegen elkaar aan te wrijven. Om het vrouwtje in de stemming te krijgen, voert het mannetje een soort trommelende bewegingen uit. Als ze vrouwtje in de stemming is, staat ze toe dat het mannetje haar achterover duwt. Het mannetje kan nu met zijn bulbussen bij de geslachtsopening van het vrouwtje. Het vrouwtje slaat het sperma van het mannetje op in zaadblaasjes. Als de eitjes het lichaam van het vrouwtje verlaten vind de bevruchting vind plaats.
Opvallend detail is dat soorten een eigen vorm en grootte van bulbussen hebben en daardoor kunnen vogelspinnen alleen met dezelfde soort kan paren.
vogelspinEr zijn vrouwtjes die een cocon spinnen om de eitjes heen, omde eitjes zo te beschermen. Sommige soorten kunnen tot wel 2000 eitjes per keer leggen. De vrouwtjes verdedigen de cocon en hebben verschillende tactieken om de nimfen, zoals de jongen nu worden genoemd, te beschermen. Ondergrondse soorten sluiten het hol van binnenuit af van de buitenwereld. Soorten die op de grond leven, dragen de cocon mee, waar ze ook heengaan.
Als de eitjes na enkele weken uitkomen, leven ze eerst in de cocon. De kleintjes zijn te kwetsbaar en te weinig ontwikkeld om zich alleen staande te kunnen houden. De nimfen vervellen, en pas na het vervellen lijken ze op de volwassen dieren, meestal zijn ze nog wel lichter en minder behaard, maar ze kunnen zichzelf al beter redden en na een maand of 2 a 3 komt de cocon uit en verlaten ze het restant van de cocon. Na een tweede vervelling kunnen jonge vogelspinnen zelf eten en verlaten hun moeder, de spinnetjes worden nu spiderlings genoemd. Veel (ongeveer 90 tot 95%) van de jonge dieren worden gegeten en zullen nooit volwassen worden.

Een vogelspin met haar jongen

Wil je nog meer weten over de vogelspinnen?
National Geographic

2 Responses to “Vogelspin”

  1. b zegt:

    hoi ik wilde weten of de vogelspin ook oren, neus en mond hebben.

    • Jordi Bulten zegt:

      Hallo B,
      Spinnen hebben geen oren of neus. Ze horen en ruiken met speciale fijne haren op de poten. Een mond of bek hebben ze wel, maar geen smaakpapillen. Ze proeven dus niets. Ook daarvoor gebruiken ze de haren op de poten om te weten of de prooi te eten is of bijvoorbeeld al bedorven.

Laat een bericht achter