Animalsunited header

Mandril


Naam: Mandril mandril
Lengte: Tot zo’n 80 cm
Gewicht: Tot zo’n 25 kg
Voedsel: Alleseters
Leefomgeving: Centraal-Afrika
Leeftijd: Gemiddeld 20 jaar
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Chordadieren (Chordata)
  • Klasse: Zoogdieren (Mammalia)
  • Orde: Primaten (Primates)
  • Familie: Apen (van de Oude Wereld) (Cercopithecidae)
  • Geslacht: Mandril (Mandrillus)

Mandril

De mandril, Mandrillus sphinx, is een grote aap in de primaten orde. Na de mensapen is de mandril de grootste soort van de familie. Ze hebben hun bijnaam, woudduivel, te danken aan hun opvallende uiterlijk. Het zijn schuwe dieren en ze geven weinig prijs over hun leefstijl en gewoonten.

mandril3Kenmerken

De mandril is een grote opvallende aap. Ze zijn makkelijk te herkennen aan de fel gekleurde kop. Blauwe, paarse en rode kleuren kleuren het voorhoofd en de jukbeenderen. De kin is fel geel gekleurd en ze hebben een blauw tot lichtpaars achterste. Niet alleen de kleuren, maar ook de enorme hoektanden van zo’n 6,5 cm lang zijn duidelijke kenmerken van de mandril. Het zijn grote apen, de heren kunnen tot zo’n 80 cm hoog reiken, vrouwtjes worden zo’n 60-65 cm.
Ze leven in een groep, ook wel harem genoemd, van zo’n 20 dieren. Er komen regelmatig groepen samen, de grote groep kan ruim 200 individuen samenbrengen. Een harem wordt geleid door één dominant mannetje, ook wel pasja genoemd. De andere leden bestaan vooral uit vrouwtjes en jonge dieren. Het dominante mannetje is de meest kleurrijke en vaak ook grootste mandril van de groep en mag als enige met de vrouwtjes paren. Andere mannetjes in de groep worden wel getolereerd, maar zijn lager in rang. Veel mannetjes leven liever alléén.
De schitterende soort wordt ernstig bedreigd, waar er ooit ruim duizend mandrils bij elkaar kwamen, zijn er nu slechts twee- tot drieduizend over.

Eetgewoontemandril2

Mandrils gaan in groepjes op zoek naar voedsel. Ze communiceren met elkaar door knorgeluiden te maken. De leider geeft een brul en het is tijd om op zoek te gaan naar voedsel. Op de menukaart staan onder andere kleine zoogdieren, insecten, knollen, vruchten en wortels.

Leefomgeving

De mandril komt alleen voor in Afrika. Ze leven daar in de tropische regenwouden van Zuid-Kameroen, Gabon en Congo. Een mandril is op de dag actief. Vooral de zoektocht naar voedsel neemt veel tijd in beslag. Ze zoeken hun voedsel op de grond en komen dan nauwelijks in de bomen. Ook een schuilplaats voor ‘s nachts is niet zomaar gevonden. Iedere nacht zoeken ze uit veiligheid een nieuwe schuilplaats. Ze markeren hun slaapplaats, territorium, met geuren. Roofdieren kunnen die geuren oppikken en dan kan een mandril gevaar lopen. Ze nemen het zekere voor het onzekere.

mandril4Voortplanting

Na de paring draagt een vrouwtje haar kleintje voor 6 tot 7 maanden. Vooral van januari tot april bevallen veel vrouwtjes. Het jong reist de eerste periode mee met moeders. Het jong klampt zich vast aan moeders buik. Na verloop van tijd klimt het jong op de rug van de moeder. Jongen zogen tijdens de eerste periode, maar stappen al snel over op vast voedsel. Jonge mannetjes verlaten de harem over het algemeen. Ze leven dan alleen tot ze sterk genoeg zijn om een eigen harem te leiden. Vaak mogen de jonge heren wel blijven, maar verkiezen ze toch voor een eenzame periode. De jonge vrouwtjes blijven meestal wel bij de harem.

 

 

 

Met dank aan: Chris Smith/Out of Chicago, webted, Fiona in Eden, aaros10, voor de afbeeldingen.

Laat een bericht achter