Animalsunited header

Kangoeroe


Naam: Kangoeroe  OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Lengte: Tot 170cm
Gewicht: Tot 80kg
Voedsel: Grassen, bladeren, kruiden
Leefomgeving: Australië, Nieuw-Guinea
Onderklassen: Er zijn 50 soorten.
Status: Stabiel
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Chordadieren (Chordata)
  • Klasse: Zoogdieren (Mammalia)
  • Orde: Klimbuideldieren (Diprotodontia)
  • Familie: Kangoeroe (Macropodidae)

Kangoeroe

Kangoeroes (Macropodidae), zijn buideldieren. De dieren komen voor in Australië en Nieuw-Guinea. De familie kent 50 soorten. Een jong wordt ook wel Joey genoemd.

kangarooKenmerken

De Kangoeroe beweegt zich vooruit door sprongen te maken die soms wel 2 meter hoog en 9 meter lang zijn. Dankzij hun staart blijven ze evenwicht. Het vrouwtje heeft een buidel, waarvan de bovenkant open is. De grootste soort is de Rode Reuzenkangoeroe (Macropus rufus). De meeste soorten zijn vooral actief in de schemering of ‘s nachts. In de zuidelijkere streken zijn sommige ook gedurende de dag actief. Ze hebben enorme achterpoten die ze gebruiken voor verdediging. Het zijn groepsdieren, samen hebben ze veel sneller een vijand gesignaleerd. De flexibele oren en goede ogen (vooral ‘s nachts zien ze heel goed) komen hierbij goed van pas.

 

Voortplantingkangoeroe

Na een draagtijd van 3 weken komt er een kleintje ter wereld. Het is dan ongeveer 2,5 centimeter groot, kaal en roze. Het jong moet dan van onder de staart, naar de buidel kruipen. Een heel gevecht waarbij moeders helpt door middel van het likken aan de buidel. De vochtige haren geven meer grip voor het jong. Eenmaal in de bundel begint het jong met drinken. De moeder heeft 4 tepels, 3 hele kleine en 1 grote, de grote tepel is een tepel van het jong dat net de buidel heeft verlaten. De eerste van drie tepels die het jong tegenkomt, wordt vastgepakt en de eerste paar maanden niet meer losgelaten. De tepel groeit met het jong mee. Na een maand of 5 laat het jong zich voor het eerst boven de buidel zien. De jonkies komen na ongeveer 9 maanden voor het eerst buiten de buidel. Ze mogen de buidel nog lang in, totdat moeder er klaar mee is en vind dat het jong te groot is. Ze mogen dan nog wel drinken, maar niet meer in de buidel. Direct erna komt er weer een nieuw jong in de buidel.

 

Grijze Reuzenkangoeroe

kangoeroe2

Kenmerken

De Grijze Reuzenkangoeroe of Oostelijke Grijze Reuzenkangoeroe (Macropus giganteus) heeft een zilvergrijze vacht. De buikzijde is lichter gekleurd dan de flanken en de rugzijde. Het puntje van de staart is donker van kleur. Mannetjes zijn een stuk groter dan de vrouwtjes, ze kunnen tot 6 keer zwaarder worden.

Leefomgeving

De Grijze Reuzenkangoeroe leeft op grasvlakten in Oost- en Zuid-Australië. Ze leven in groepen van tien tot dertig dieren. Ze worden tijdens de schemering actief.

Sociaal

Het grootste mannetje is meestal dominant en is het enige mannetje dat mag om te paren. De Kangoeroe mannetjes hebben al snel 10 to 20 kinderen. Meestal wordt het mannetje binnen het jaar opgevolgd.

 

Rode Reuzenkangoeroe

rodekangoeroe

Kenmerken

De rode reuzenkangoeroe (Macropus rufus) is het grootste levende buideldier. De mannetjes hebben een rode vacht en de vrouwtjes zijn meer grijzig of blauwig van kleur. De staart en de onderzijde is lichter gekleurd. De achterpoten worden vaak meer dan 25 centimeter lang. De oren zijn groot en ze zijn erg beweeglijk.

Leefomgeving

Rode reuzenkangoeroes leven in de droge steppen en savannen van West- en Midden-Australië. Daar leven ze meestal met een groep van acht tot tien dieren. Zo’n groep bestaat uit een mannetje en één of meerdere vrouwtjes met hun jongen. De oudere leven alleen.

De rode reuzenkangoeroes zijn goed aan de droogte en de hitte aangepast, zo kunnen ze bijvoorbeeld enkele weken zonder vocht. Tijdens het grazen beweegt de rode reuzenkangoeroe zich voort op vier poten.

 

Boomkangoeroe

Kangaroo

Kenmerken

De boomkangoeroes (Dendrolagus) zijn voornamelijk in bomen levende kangoeroes. Ze komen voor in de tropische regenwouden van Nieuw-Guinea, Noord-Queensland (Australië) en nabijgelegen eilanden. Aan de lange, sterke voorpoten zitten grote, sterke klauwen. De achterpoten zijn in vergelijking met andere soorten, kort en breed. De voor- en achterpoten zijn ongeveer even lang.

Leefomgeving

Boomkangoeroes brengen het grootste deel van hun leven door in bomen. Ze klimmen in een boom door zich aan de stam van de boom vast te klampen met de voorpoten, en daarna zichzelf af te zetten met de achterpoten. De boomkangoeroes kunnen tot tien meter ver springen van de ene boom naar de andere. Een territorium bestaat uit enkele bomen, waarin één mannetje en één of meer vrouwtjes leven.

 

 

Meer weten over deze springende buideldieren?
National Geographic