Animalsunited header

Koala


Naam: Koala koala3
Lengte: Tot 80 cm
Gewicht: Tot 12 kg
Voedsel: Bladeren van eucalyptusbomen
Leefomgeving: Australië
Status: Bedreigd
Taxonomische indeling:
  • Rijk: Dieren (Animalia)
  • Stam: Chordadieren (Chordata)
  • Klasse: Zoogdieren (Mammalia)
  • Orde: Klimbuideldieren (Diprotodontia)
  • Familie: Koala (Phascolarctidae)

Koala

De Koala, (Phascolarctos cinereus) is een buideldier. “Koala” komt uit het Dharuk, een oude aboriginaltaal. Lange tijd werd gedacht dat de Koala bij de berenfamilie hoorde. Ze zijn tegenwoordig ingedeeld bij de klimbuideldieren.

koalaKenmerken

De kleuren van de vachten variëren per dier en worden lichter naarmate Koala’s ouder worden. De meeste Koala’s zijn grijs en hebben een witte plek op hun kin, borst en voorpoten. Ze hebben een korte staart, maar de functie ervan is onduidelijk. Ze hebben wangzakken. Deze wangzakken dienen als opslag voor voedsel, ze kunnnen na een dutje vaak gelijk weer dooreten.
Ze kunnen opvallend genoeg ook behoorlijk zwemmen en als ze zich in het nauw gedreven voelen kunnen ze gemeen uithalen met de poten.
Het zijn luie diertjes, maar als ze bewegen, gebeurt dat meestal in de uren na zonsondergang. Ze slapen zo’n 18 uur per dag en de rest van de tijd zijn ze vooral bezig met eten en eten zoeken of het zoeken van een partner.

Leefomgeving

De Koala leeft in Australië en komt voor in de vier oostelijke deelstaten, Queensland, New-South-Wales, Victoria en Southern-Australia Daar leven ze voornamelijk in de toppen van eurcalyptusbomen. De bomen zijn er geliefd en worden zelden verlaten. Helaas worden deze knuffel diertjes bedreigd doordat er veel bomen worden gekapt. Zo verdwijnen er veel leefbare gebieden en worden er steeds meer koala’s in de steden en buitensteden aangetroffen.

Voedingkoala

Koala’s eten bladeren van de eucalyptusboom. De bladeren bevatten veel vezels en gif. Er zit veel vocht in de bladeren. Dankzij al dat vocht is het voor de koala niet nodig om te drinken.

Voortplanting

Koala’s zijn polygaam en paren met meerdere partners in de zomer. Ze krijgen één jong per keer. Een enkele keer komt er een tweeling ter wereld, de tweede overleefd het zelden. Als een jong, ongeveer 5 weken na de bevruchting, geboren wordt, is het nog kaal, blind en slechts 2 cm lang. De zes maanden daarop brengt het door in de buidel van de moeder. Het jong drinkt melk uit een van de twee tepels.

Meer weten over deze schattige knuffeldiertjes?
National Geographic